Beperking aantal commissariaten zorgt voor kwaliteitsimpuls

Afgelopen week meldde het Financieel Dagblad een verontrustend bericht over de gevolgen van de beperkingen van het aantal commissariaten. Het signaal dat door de gevestigde orde werd afgegeven was dat het voor de (semi)publieke sector een probleem wordt om goede commissarissen te vinden. In de nieuwe regelgeving mogen commissarissen maximaal 5 commissariaten vervullen en een voorzitterschap telt dubbel. De teneur van het FD-stuk is dat het de huidige commissarissen zo wel erg lastig gemaakt wordt om een goede portefeuille samen te stellen. Dat betekent dat zij moeten gaan kiezen en dan kiezen ze ‘natuurlijk’ voor de private sector, die meer geld en status oplevert. Een ernstig tekort aan commissarissen voor publieke organisaties zou dreigen.

 

Zou dit echt zo zijn? De publieke sector hoeft volgens mij niet in paniek te raken. Sterker nog, zij kan opgelucht adem halen, want ze komt door deze maatregel met de schrik vrij. Het belangrijkste governance-vraagstuk in de semi-publieke sector is namelijk niet kwantitatief maar kwalitatief van aard. Welke publieke organisatie is gebaat bij een commissaris die niet door de juiste waarden gedreven wordt? Een commissaris die bezig is met “het op orde houden van zijn of haar portefeuille” in plaats van waarde toevoegen voor de organisatie? Werken voor de publieke zaak is niet voor iedereen weggelegd. Het gaat over zeer complexe hybride organisaties en om vraagstukken met een veelvoud van – vaak tegenstrijdige – belangen. Wie zegt dat oud-CEO’s van grote internationale organisaties daar de meest geschikte kandidaten voor zijn?

 

Is het niet zo dat er binnen toezichtland behoefte is aan een heel ander type commissaris? De roep om ander, nieuw toezicht is groot. En daar hoort ook een andere commissaris bij. Als we blijven kijken vanuit de oude cultuur, voorzien we inderdaad een tekort. Maar als we anders kijken zien we juist dat de maatregel niet ten koste gaat van kwaliteit. Sterker nog, eindelijk komt er ruimte voor kwaliteit. Ik zie en spreek wekelijks potentiële commissarissen die geschikt zijn om de ontstane “tekorten” goed op te vullen. In het old-boys network zijn deze nieuwe commissarissen nauwelijks zichtbaar, omdat ze zich in heel andere circuits begeven.

 

Het zijn jonge, gedreven professionals die nog actief zijn in het arbeidsproces. Mannen en vrouwen van een nieuwe generatie, die naast hun baan of onderneming, betrokken zijn en het maatschappelijk belang willen dienen. En dat zijn echt niet alleen ambtenaren, een groep waar het in het artikel onterecht met de nodige dedain over wordt gesproken. In mijn netwerk zie ik ook heel veel actieve ondernemers die zeer gekwalificeerd en gemotiveerd zijn om hun talenten in te zetten als toezichthouder van (semi-publieke) ondernemingen.

Binnen het Platform voor Innovatie in Toezicht (PIT) spreken we deze potentials regelmatig, maar zij worden vaak over het hoofd gezien. Er is helemaal geen dreigend tekort, en al helemaal niet aan kwaliteit, maar je moet het wel willen zien door anders naar potentiële toezichthouders te kijken. Een goede toezichthouder zorgt dat er in de boardroom de juiste vragen gesteld worden en houdt zich niet bezig met een baantje meer of minder.

 

De genomen maatregel voor beperking van het aantal commissariaten werkt. Het zorgt ervoor dat er keuzes gemaakt moeten worden. De toezichthouder die kiest voor een mooi CV, kiest in eerste instantie voor eigen belang. En de publieke sector is gebaat bij toezichthouders die door intrinsieke motivatie het publieke belang dienen en zo waarde toevoegen. En die toezichthouders zijn er voldoende. Ze hebben misschien geen beursgenoteerde onderneming gedreven, maar staan voor ondernemerschap, diversiteit, vernieuwing. Ze geven kritisch tegenwicht en voegen op hun eigen wijze waarde toe aan de boardroom.

Karin Doms, november 2013

Karin – Doms is de D van WenD: Direct, Daadkrachtig, Doorgronden en Doorontwikkelen.